Op kleinkinderen passen is niet alleen leuk en handig, maar ook nog eens goed voor je brein! Onderzoek wijst uit dat opa’s en oma’s die oppassen beter scoren op hersentests dan leeftijdsgenoten die niet oppassen. Vooral oma’s lijken daar extra voordeel van te hebben.
Onderzoekers van onder andere de Universiteit van Tilburg ontdekten dat oppassen een positief effect heeft op het brein, schrijft de Volkskrant. De onderzoekers uit Tilburg gebruikten gegevens uit een grootschalig Engels onderzoek onder 50-plussers, waarin mensen langere tijd worden gevolgd. Hieruit kwam naar voren dat grootouders die op hun kleinkind passen beter scoren dan leeftijdsgenoten die dit niet doen. Het maakt niet uit of je nou samen huiswerk maakt, je kind ophaalt van school of samen speelt: zolang je op een kind let, heeft dit een positief effect!
De onderzoekers vergeleken twee groepen: grootouders die wel op hun kleinkinderen passen, en grootouders die dit niet doen. Beide groepen maakten in een paar jaar tijd drie keer een test. Ze moesten binnen één minuut zo veel mogelijk dieren opnoemen, en ze moesten een reeks van tien woorden na enkele minuten herhalen. Wat bleek? Op beide toetsen scoorde de groep oppassende grootouders beter! Oma’s waren al helemaal in het voordeel: hun scores gingen relatief minder snel achteruit op hogere leeftijd.
Een mogelijke verklaring voor het verschil tussen mannen en vrouwen is dat mannen vaak samen met hun echtgenoot oppassen, waardoor ze wellicht iets meer een rol op de achtergrond hebben. Ook zou het kunnen dat opa’s het oppassen als stressvoller ervaren, doordat ze bijvoorbeeld gewend zijn aan traditionele familierollen.
Maar zoals bij elk onderzoek zijn er ook vraagtekens te zetten bij de uitkomsten. Er is bijvoorbeeld niet duidelijk in hoeverre de grootouders uit het onderzoek oppassen omdat ze dit leuk vinden, of uit noodzaak. Ook is niet bekend hoe deze groepen het doen bij testen waarbij het vermogen om te plannen en organiseren wordt gemeten.



